Hotel Alfabet recensies en reacties

André Keikes in Tzum literair weblog 26-04-2018:

Tussen waan en werkelijkheid
Mensen die elkaar niet kunnen ontlopen, dat is een fijn uitgangspunt voor een roman, zeker als die anderen ook nog eens excentrieke hotelgasten met geldingsdrang zijn, zoals in Hotel Alfabet, de debuutroman van componist en conservatoriumdocent Klaas ten Holt. Ten Holt deed eerder in De complete weduwnaar op aangrijpende wijze verslag van de voortijdige dood van zijn vrouw en de gevolgen daarvan voor hem en hun kinderen. In Hotel Alfabet is het hoofdpersonage, Adriaan Hoorndrager, ook een componist die het alleen moet zien te rooien, maar hier is het een man die is verlaten door zijn vriendin Juliëtte omdat zij bij nader inzien de voorkeur gaf aan een ‘scheikundeleraartje’.
Ten Holt laat Hoorndrager vastlopen in de sneeuw in de Transsylvanische Alpen in Roemenië, waar ze nog weten wat winter is; het sneeuwt er dagen of misschien wel weken achter elkaar. Het is ook de geboortegrond van de archetypische slechterik Vlad Tepes, waarop later het fictieve personage Dracula werd gebaseerd. Dat is misschien bijzaak, maar wat is bijzaak in een roman, die overvol zit met kleine verwijzingen, suggesties en verbindingen die tijdens het verdere verloop van het verhaal mogelijk van belang kunnen zijn.
Net als Hans Castorp in Thomas Mann’s wereldvermaarde filosofische Bildungsroman De toverberg, waarin de aanwezigen elkaar ook niet gemakkelijk kunnen ontlopen, wordt Adriaan Hoorndrager voortdurend in situaties gemanoeuvreerd waarvoor hij niet snel vrijwillig zou hebben gekozen. Dat hij zichzelf van tijd tot tijd temperatuurt is een duidelijke knipoog naar Mann’s grote werk, evenals het vervaagde tijdsbesef in het door een dik pak sneeuw omgeven hotel.
De nieuwe hotelgast tegen wil en dank moet zich in Ten Holt’s boek voortdurend beraden op zijn positie tegenover de intimiderende anderen en allerlei onverwachte situaties. Het lijkt het belangrijkste punt, waar Ten Holt het impliciet over wil hebben: het nooit aflatende menselijk streven persoonlijke doelen te bereiken om uiteindelijk te moeten constateren dat er weinig van terecht is gekomen. Onvoorziene omstandigheden, grote en kleine botsingen met de vele anderen, zelfs het weer, kunnen ons van ons streven afhouden. Om nog maar te zwijgen van onze genetische samenstelling.
De oude professor Aloïs Quast, een van de hotelgasten, houdt er bizarre en dubieuze theorieën op na over rasverbetering, suggereert kennis over ongeveer alles en ziet in Hoorndrager, als de altijd twijfelende, maar op het hogere gerichte kunstenaar, een geschikt doelwit voor zijn onderzoekingen:
[…] nu betreden we het voornaamste gebied van mijn interesse: de eugenetica. Ik heb het over ras.. […] Over het eind-ras, welteverstaan, […] het zevende wortelras: de vervolmaking, de eindtijd. Fascinerend, vindt u niet?
In het hotel loopt ook de weduwe Hermine Kloos de Ranitz rond, die Adriaan maar gelijk een opera wil laten schrijven over haar overleden man, de miskende kunstenaar. De zwijgzame hotelreceptionist Erasmus Zschoch, die zich tevens als componist wenst te manifesteren, is in de ban van Nietzsche, de hoteleigenaar wil graag op berenjacht met Adriaan én zijn laagbegaafde, maar sluwe ober, zonder dat duidelijk is of die beer werkelijk bestaat, al houdt Estrelle, de vrouw van de hoteleigenaar, er als taxidermist alvast rekening mee. Ze troont Adriaan mee naar een bizarre werkplaats, waar ze zinspeelt op haar droom nog eens een mens te mogen prepareren. En dan zijn er de vaak dronken Amerikaanse schrijver John Smith met Hongaarse wortels en zijn vrijmoedige vrouw Margareth, die opera zingt.
De voltallige buitenissige hotelbevolking lijkt wel permanent in het voorname logement te verblijven in een grotesk decor en met vooroorlogse omgangsvormen. De gasten reageren daarom opgetogen als het nieuwe gezicht van Adriaan opduikt. Die weet in de eerste hoofdstukken van het boek vrijwel geen zin af te maken, dan doen de anderen wel voor hem, zoals ze ook voortdurend besluiten voor hem nemen. In één moeite door wordt hem zijn instemming ontfutseld om Margareth op de vleugel te begeleiden. Zelfs in de beslotenheid van zijn kamer wordt hem weinig rust gegund, wordt zijn bestaan gestuurd door anderen; het lot van de afwachtende.
Het is natuurlijk geen verrassing dat muziek in deze doordacht gecomponeerde, maar overladen roman een voorname rol speelt; Ten Holt is immers zelf componist én een achterneef van Simeon – Canto Ostinato – ten Holt. Adriaan Hoorndrager mijmert dan ook geregeld en uitgebreid over principes en opvattingen in de muziek, die hem zo lief is, maar besluitvaardigheid en daadkracht vereisen; niet bepaald zijn sterkste kant.
Tandenknarsend moet hij vaststellen dat in deze tijd nauwelijks nog onderscheid wordt gemaakt tussen een hoogopgeleid musicus en muzikanten, die feitelijk niet meer dan kermisklanten zijn, zoals de leden van het in zijn ogen weerzinwekkende hotelstrijkje. Hij zou er wat van moeten zeggen, maar twijfelt opnieuw, en weigeren het naar zijn smaak minderwaardige repertoire van Hector Berlioz uit te voeren, maar doet dat uiteindelijk toch.
De barokke apotheose tussen waan en werkelijkheid, die de zinloosheid van het menselijk geploeter nog eens onderstreept, Hoorndrager’s Autoritratto, leven, lijden en sterven der soorten, mag je verrassend noemen, aangezien het grootste deel van Ten Holt’s roman zich voltrekt in de relatieve roerloosheid van het hotelbestaan, maar hij past onmiskenbaar binnen de compositie. Zo ook het postludium.

Marjo Rietveld (Salon Pinto):

Onlangs het boek van Klaas gelezen, een aangename verrassing en stilistisch vrij superieur.

Mirjam Scholten op BolCom:

Het boek is zowel vervreemdend en ondoorgrondelijk als grappig. Lezers kunnen op zoek gaan naar de precieze bedoelingen van de schrijver, ze kunnen zich ook laten meevoeren door deze beeldende, goed geschreven roman. Een vervreemdend, prachtig geschreven verhaal in gestolde tijd, waarin het einde van de hoofdpersoon nabij lijkt. Romandebuut.

Marianne Cramer op Hebban:

Het boek is is doorspekt met surrealistische en absurdistische gebeurtenissen en het is dan ook belangrijk je aandacht van het begin tot het einde er goed bij te houden. Dit wil niet zeggen dat de schrijfstijl lastig zou zijn, want deze is juist heel boeiend. Je wordt ondergedompeld in en meegesleept door een verhaal van een schrijver met grote verbeeldingskracht. Het begin lijkt wat traag, maar al snel raak je verzeild in een wervelwind van opeenvolgende ontmoetingen en voorvallen.

De vele dialogen hebben bijna allemaal een humoristisch tintje en zeggen veel over de karakters van de verschillende personen. Het boek krijgt van mij een zeer verdiende vijf sterren.

Iwona op Hebban:

Hotel Alfabet’ is een surrealistisch verhaal, met mooie woorden geschreven. Klaas ten Holt brengt ons in een hotel waar de tijd gestopt lijkt te zijn. De lezer weet niet wat een droom en wat de realiteit is. Het boek vol symboliek en mysterie, voor een echte liefhebber.

Mysterieuze gebeurtenissen, soms zonder duidelijke betekenis … maar… moet er alles een verklaring hebben? ‘Hotel Alfabet’ blijft langer in mijn hoofd.

Maarten Treurniet, regisseur (de Passievrucht, Heineken ontvoering):

Op vakantie je boek in een ruk uitgelezen. Wat een feest. Geweldig geschreven uiterst erudiet en vol fantasie. Heerlijk. Ik wil meer!

Guus Janssen (componist):

Ik heb Hotel Alfabet met veel plezier gelezen, het was een draaikolk van krankzinnige gebeurtenissen. Zeer onderhoudend en mooi geschreven.

Wat ik niet helemaal begreep is de langdurige foeter-scene waar Adriaan uitvaart tegen die primarius. Waar had die goede man dat aan te danken?

En nu nog iets: je hebt volgens mij de meest ranzige sex-scene uit de literatuurgeschiedenis geschreven, dan doel ik op de vrijage tussen Adriaan en de weduwe. Die lees je met een rare tegenstrijdige combinatie van opwinding en walging, goed hoor!

Rob Kloet (slagwerker The Nits):

Wat een waanzinnig boek heb je geschreven, ik viel van de ene verbazing in de andere. Ik kon bijna niet ophouden met lezen, fascinerend. Een overweldigend zich verdichtend netwerk van situatieschetsen, persoonsbeschrijvingen, flashbacks, intriges, verwijzingen (ook ik heb veel teruggezocht), fantasiewerelden…, een niet aflatende stroom van indrukken wordt over de lezer uitgestort waardoor hij in het verhaal wordt meegezogen en de waanzin van Adriaan Hoorndrager bijna fysiek ervaart.

Ik zie duidelijk een parallel met je muziek, vooral op de momenten dat je vrij improviseert. Onconventioneel, met moed en esprit. Een prachtig boek en totaal Klaas.

Tjadine Stheeman (literair vertaalster):

Ik vind het heel erg goed. Verrassend, eigenzinnig, leerzaam en heel beeldend geschreven. Al die details, heerlijk. En ook al die mensen. En ik wil de hele tijd doorlezen, ook een goed teken. Ik ben fan van je.

Martijn Padding (componist):

Wat een fantasievol, grillig en geestig boek is het. Hele mooie gekke taferelen zoals de berenjacht en het halslachtig geneuk wisselen af met minitieuze beschrijvingen. En de ontlading naar die extreem lange monoloog tegen de primarius werkt heel dramatisch. Dat is een mooie compositorische vorm vondst. Je hebt mooie rollen bedacht, iedereen is geprofileerd. En De coda waarin dat monster rondscharrelt vind ik een sterk einde. Het is allemaal natuurlijk heel precies bedacht maar het is nergens ingewikkeld of complex. Het leest dus heel lekker 'heer'. Ik heb er erg veel plezier aan beleefd en kijk uit naar de volgende ten Holt.