Over componeren en schrijven.

1

In de liedvriend nr. 4, 2004 zegt schrijver Hafid Bouazza (van o.a. het schitterende Paravion) dat componeren en schrijven totaal verschillende dingen zijn. 'Muziek is synchroon, je kunt verschillende instrumenten tegelijk laten klinken en dat kan in de literatuur niet, al is er wel veel mee geëxperimenteerd, door James Joyce onder anderen.'

Dat je verschillende instrumenten tegelijk kunt laten klinken mag duidelijk zijn, maar het maakt daarbij nogal uit of deze instrumenten allemaal het zelfde spelen of een eigen, meer of minder onafhankelijke stem hebben.

In het eerste geval wordt alleen de klankkleur beïnvloed, maar blijft de muziek éénstemmig, en behalve bij muziek waarbij de klankkleur de belangrijkste parameter is, beïnvloed in dit geval het tegelijk klinken van meerdere instrumenten haar zeggingskracht niet wezenlijk.

In het tweede geval is er sprake van polyfonie, meerstemmigheid.

Polyfonie is een vorm van gelaagdheid, om alle stemmen te kunnen volgen moet je meer moeite doen, het geheel geeft zich minder snel bloot.

Ook literatuur kan, denk ik, heel goed gelaagd zijn. Onder de verhaallijn (of lijnen) kunnen zich andere thema’s verbergen die een minder geoefend lezer er niet uithaalt. Er kan net als in de muziek verwezen worden naar andere literatuur (muziek), geciteerd worden, en beide kunnen een hoge graad van abstractie bereiken.

Dan het scheppen zelf, hoe anders is dat eigenlijk bij beide disciplines?

Zowel de schrijver als de componist zitten dagelijks enige uren achter hun computer te werken aan een verhaal of muziekstuk dat voltooid is als de laatste regel of maat op papier staat. Beide werken soms lineair of chronologisch, soms achteraan beginnend of schijnbaar willekeurig van het ene stuk naar het andere springend. Sommigen gaan heel schematisch te werk, met kaartjes in een bak of met uitgebreide rekenmodellen, anderen veel minder vastomlijnd. Die werken juist intuïtief of improviserend, en welke werkwijze je ook kiest, een garantie voor de kwaliteit van het resultaat is het nooit.

Wat wel een verschil is, is dat de schrijver uiteindelijk een boek heeft geschreven dat het eindresultaat van zijn arbeid is, terwijl de componist een partituur heeft die vervolgens nog tot klinken gebracht moet worden, waarbij verschillende uitvoeringen soms ver uit elkaar kunnen liggen. Een 'objectieve' of absolute uitvoering bestaat dan ook niet, al kan de componist natuurlijk wel zijn voorkeur hebben.

Zelf heb ik het gevoel dat de verschillen vooral in het resultaat zitten en veel minder in de weg ernaar toe. Ondanks alle overeenkomsten appelleert een boek, of algemener, het geschreven woord aan andere delen van onze hersens en zintuigen dan georganiseerd geluid (muziek).


2

‘Maken wat je mooi vindt, is een vorm van luiheid,’ zegt componist Cornelis de Bondt op zijn facebookpagina. Ik vind dat een interessante uitspraak. Hij heeft het, denk ik, over hoe de kunstenaar zich tot zijn werk zou moeten verhouden.

Ik vermoed dat hij vooral zijn afschuw wil uitdrukken over de verschuivende kijk op de functie van kunst. Los het van het feit dat het nog maar te bezien valt of kunst überhaupt een taakomschrijving zou moeten hebben - zonder eerst een sluitende definitie van kunst te formuleren, kún je haar eigenlijk ook geen functie toekennen -, maakt hij zich zorgen over het nieuwe denken over het kunstenaarschap waarbij aan het ene uiteinde van het spectrum de kunstenaar een charlatan en een profiteur is, en aan het andere einde een succesvol ondernemer. Over de inhoud praten we maar liever niet, we meten de kwaliteit af aan de kijkcijfers of de opbrengsten. Klaas ten Holt rijdt Mercedes, Cornelis de Bondt fietst, dus is Klaas ten Holt een betere kunstenaar: dat is waar Cornelis zich tegen verzet.

Wat zou Cornelis precies bedoelen met luiheid? Een kunstenaar die ‘mooie’ dingen wil maken, kan daar soms vele uren mee bezig zijn, terwijl het resultaat op zijn best ambachtelijk verdienstelijk te noemen is. Ik denk dat wat hij met luiheid bedoelt, de angst of het onvermogen is om compromisloos te maken wat je van plan was, en je niet van de wijs te laten brengen door de mogelijkheid dat het resultaat van je werk misschien niet door iedereen begrepen of gewaardeerd zal worden.

Ik legde het voor aan mijn studenten in Groningen. ‘Alles wat je over kunst kunt zeggen, is subjectief,’ vonden zij. Formeel is dat waarschijnlijk waar. Toch zijn er volgens mij wel degelijk criteria te verzinnen waaraan kunst zou moeten voldoen om het predicaat waardig te zijn: een soort checklist waarmee je het Adagio for Strings van Samuel Barber (begrafeniskitsch) kunt onderscheiden van The Unanswered Question van Charles Ives (grote kunst).

In willekeurige volgorde denk ik dat kunst zich op meerdere niveaus tegelijk moet afspelen en de consument iets te bieden moet hebben, dat zij zich op enige wijze verhoudt tot andere kunst en zich daarin een plaats probeert te bepalen, dat zij persoonlijk is en dat er een zekere mate van ambachtelijke kennis ten aanzien van het gebruikte materiaal is. Hiermee kun je al een aardige schifting maken, lijkt me. Ik schrijf dit overigens allemaal zo voor de vuist weg terwijl ik mijn studenten ondertussen een tentamen laat maken, ik heb het dus niet snel even opgezocht. Een werkelijk sluitende definitie van kunst is denk ik niet mogelijk, en misschien is dat maar goed ook: dan is namelijk ook haar functie niet te bepalen. Ik vind dat Cornelis gelijk heeft.

Foto: Keke Keukelaar